Evenwicht uit je ogen – Les 2
Laat ik die twee grote dozen die we nu net leeggemaakt hebben de twee verdiepingen naar beneden brengen. Met mijn rechterhand kan ik ze allebei vasthouden om de trap mee af te lopen. Hier is links geen trapleuning, helaas. Op de trap wiebel ik alle kanten op. Ik wiebel wel vaker een paar keer tegen de muren van een trappenhuis, maar nu is het extreem: véél meer dan anders. Halverwege de tweede trap realiseer ik het me pas. Natuurlijk! Die twee dozen, die zijn groot. Ze nemen zóveel ruimte van mijn gezichtsveld in dat ze mijn ogen hinderen aan mijn balans bij te dragen.
Ik leerde mijn les 1 dat je je lichamelijke balans opbouwt uit drie onderdelen: de vestibulair organen achter je oren, proprioceptie en ten derde uit je ogen. Nu we daarna tussendoor gekeken hebben naar hoe reflexen je gezichtsvermogen ondersteunen zijn we klaar voor het verslag van mijn les 2: evenwicht uit je ogen.
Kijken is een klus
Met je ogen waarnemen wat er om je heen gebeurt kost in je hersenen veel energie. Daar moet je veel harder voor werken dan om te horen, te ruiken of te voelen. Misschien is het daarom dat de evolutie ons oogleden gegeven heeft. Daarmee kan je je ogen dicht doen als je moe bent. Lekker rustig.
Omdát kijken veel werk is, hebben je ogen en hersenen een heel arsenaal aan trucs om het werk lichter te maken. Vorige keer hadden we het al over de razendsnelle reflex waardoor je ogen stabiel gericht kunnen blijven, ook al beweegt je hoofd. Ook in hogere functies in het zenuwstelsel hebben we manieren om energie te sparen. Zo kan je bijvoorbeeld uit een bewegend totaalbeeld zo goed selecteren dat je niet eens weet dat je dat aan het doen was. Het filmpje met deze handballers is daarvan een klassiek en vermakelijk bewijs.
Gelaagd kijken
Voordat je bewust, dus met je neocortex, kunt reageren op iets wat je ziet is er gauw een halve seconde voorbij. Daar heb je voor je balans dus niks aan: als je al een halve seconde aan het vallen bent lig je al bijna op de grond. Dan ben je veel te laat om nog iets te kunnen corrigeren.
Van je neocortex, je hoogste of primatenhersenen, heb je dus weinig te verwachten voor je balans. Als je niet wilt omvallen moet je lager mikken, gebruik maken van evolutionair oudere hersengebieden die sneller werken. Tegelijk hebben we nog het probleem dat de ogen van mensen met DFNA9 een bibberig beeld geven, omdat de zicht-ondersteunende reflexen geen aansturing meer krijgen. Gelukkig kan je met je neocortex wél nadenken over wat dan een goede kijkstrategie zou kunnen zijn. En dit blogje lezen, dat doe je ook met je neocortex.
Kijkstrategie
Het zijn twee dingen die, denk ik, bij mij werken om minder te wiebelen. Ten eerste. Terwijl ik beweeg richt ik bewust mijn blik op vaste punten. Ik kijk afwisselend een kleine seconde naar een vast punt schuin links voor, en dan een kleine seconde schuin rechts voor. Ik pak zo’n punt als het ware met mijn blik vast, en laat het weer los om direct weer aan de andere kant een punt vast te pakken. Wat je, in contrast daarmee, vooral niet moet doen is kijken naar de bewegende massa mensen op de stationstrap in het spitsuur. Of, dus, kijken naar de grote dozen die je op de trap in je hand hebt.
Hefboom
De andere kijk-truc gebruik ik vooral als het donker is. Veel mensen met DFNA9 hebben er last van dat ze in het donker minder stabiel zijn. Ik ook. Minder licht is minder stabiel, dus dan is er meer noodzaak om grof geschut in te zetten om toch overeind te blijven. Mijn broer met DFNA9 woont in het buitengebied: hij heeft als grof geschut een bouwlamp op een accu om in het donker over zijn erf te kunnen lopen.
Ik pak het weer anders aan. In het donker focus ik welbewust op opvallende vaste punten zo ver mogelijk opzij in mijn blikveld. Ik ben altijd blij als er een lantarenpaal is, maar ook de nok van de daken van de huizen naast me werkt. Ik denk dan aan een hefboom. Hoe verder opzij ik blikhouvast kan vinden, hoe sneller ik weet als ik een val inzet, en dus iets kan doen om de val te voorkomen.
Klopt dat wel?
Mijn les 2, is dit dus. Misschien ook hulp voor jou, of misschien klopt er niks van wat ik bedacht heb over evenwicht, mijn ogen en de kijkstrategieën. Mijn verlanglijstje voor wetenschappelijk onderzoek groeit.
Titus Mars schrijft regelmatig over zijn gebrek aan evenwicht, onbalans: zijn ervaring met de bilaterale vestibulopathie die bij DFNA9 hoort.
Over Titus Mars
Voor Titus was de diagnose DFNA9, in 2023, een soort thuiskomen. Hij had al decennia tinnitus en ook allang iets raars met zijn evenwicht. Met ”DFNA9” had het een duidelijke oorzaak en een naam gekregen. De achteruitgang van zijn gehoor viel toen nog wel mee.
Titus: “Jarenlang keek ik verbaasd naar mensen die in een trein ‘gewoon’ konden blijven staan zonder zich vast te houden, ook als de trein over een wissel ging. Dat leek me onmogelijk. Onbegrijpelijk dat mensen dat kunnen. En nu kan ik dat ook. Ik heb het nieuw geleerd. Tegen de DFNA9 in.”
Ik blijf op zoek en blijf schrijven over bilaterale vestibulopathie. Volgende keren bijvoorbeeld over de SO STONED typologie, de vestibulo-collische en vestibulo-oculaire reflexen, proprioceptie, de Balance Belt, sensorische integratie en boek Dizzy Me.
Draag ook bij! Stuur me vragen en suggesties via e-mail: mars@hqc.cc
