De negende van… Anja Vertongen

Deel 1: Afscheid van mijn gehoor (2021)

Dag lieve oortjes,

Jarenlang waren jullie er gewoon. Zo vanzelfsprekend dat ik nauwelijks stilstond bij de belangrijke rol die jullie speelden in mijn leven. Samen met mijn andere zintuigen hielpen jullie me de wereld te ervaren. Ik genoot van het leven, ging uitdagingen aan, stond met plezier voor de klas, organiseerde uitstappen en maakte graag een praatje met de mensen om me heen. Ik nam initiatief, leidde gesprekken en voelde me goed in de plaats die ik voor mezelf had gevonden.

Dankzij jullie kon ik zijn wie ik wilde zijn.

Tot die dag waarop er iets veranderde.

Plots hoorde ik een hoge toon op televisie niet meer, terwijl de rest van mijn gezin die zonder moeite kon waarnemen. Zonder er veel woorden aan vuil te maken, loodste ik mijn gezin tijdens een opendeurdag naar een audiocentrum. Onder het mom van nieuwsgierigheid liet ik een gehoortest uitvoeren. Voor de anderen leek het een onschuldige activiteit. Voor mij was het een eerste confrontatie.

De uitslag was allesbehalve geruststellend.

Mijn gehoor leek dat van een tachtigjarige. Achteraf bekeken was dat misschien nog optimistisch. Als ik zie hoe snel het daarna achteruitging, vrees ik dat jullie vandaag de score van een tweehonderdjarige zouden halen.

Via een doorverwijzing kwamen we terecht bij professor Zarowski. Na enkele onderzoeken sprak hij voor het eerst het vermoeden uit dat het om DFNA9 ging, een erfelijke aandoening die in onze familie al langer bekend was. Een DNA-test bij mijn vader en mezelf bevestigde uiteindelijk wat hij al vermoedde.

De diagnose was een feit.

Maar bij de pakken blijven zitten was nooit mijn stijl.

Dus volgde stap één: een hoorapparaat.

Op mijn vijfenveertigste voelde dat als een enorme drempel. Alsof ik plots tachtig jaar oud was geworden. Natuurlijk zijn moderne hoorapparaten nauwelijks zichtbaar, maar in je hoofd ziet iedereen ze. Tenminste, zo voelde het voor mij.

Om voor terugbetaling in aanmerking te komen, moesten jullie allerlei testen ondergaan. Volgens het RIZIV hoorden jullie nog nét goed genoeg, maar verstonden jullie al veel te slecht. Die onderzoeken waren confronterend. Voor het eerst werd ik gedwongen stil te staan bij alles wat ik niet meer hoorde.

Dat besef kwam hard binnen.

‘Ik versta niet alles meer.’

Het leek een kleine zin, maar ze liet een deuk achter in mijn zelfvertrouwen. Een deuk die met de tijd minder zichtbaar werd, maar nooit helemaal verdween.

Tegelijk moest ik afscheid nemen van mijn vertrouwde werkplek. Lesgeven aan een volledige klas werd afgeraden omdat het voortdurende spraakverstaan te veel energie kostte. Die verandering viel me zwaar. Dat mijn leidinggevende er niet altijd even gemakkelijk mee omging en dat ik er zelf mee worstelde, leidde uiteindelijk tot een burn-out.

Alle energie was op.

Achteraf bekeken waren er nochtans al veel signalen geweest dat jullie het moeilijk kregen.

Musicals regisseren, iets wat me vroeger energie gaf, begon me uit te putten. Drukke plaatsen vermeed ik steeds vaker. Op een kermis raakte ik overprikkeld door muziek, lichtflitsen en chaos. Geluiden die vroeger gewoon achtergrond waren, werden storend. Jaren eerder had ik zelfs al een heftige evenwichtsstoornis gehad, al wist niemand toen dat die mogelijk verband hield met wat nog zou komen.

Ook in de klas verdroeg ik steeds minder lawaai.

Een leerling omschreef het ooit treffend: “Van juf Anja mochten we veel, zolang het maar rustig bleef in de klas.”

Met behulp van de hoorapparaten hielden jullie nog enkele jaren stand. Ik vond een nieuwe plek als zorgjuf, speelde mee in een musical en sloot me aan bij een koor. Stilaan vond ik opnieuw evenwicht.

Tenminste, dat dacht ik.

Want eigenlijk deed ik vooral alsof er niets aan de hand was.

Elke controle in het audiologisch centrum bracht slecht nieuws. Opnieuw enkele decibels verloren. Opnieuw de apparaten bijstellen. Opnieuw slikken en verdergaan.

Tot dat niet meer lukte.

Langzaam maar zeker namen jullie de regie over mijn leven over.

Toen ik tijdens een musical mijn inzet miste omdat ik niet hoorde dat het mijn beurt was, stopte ik ermee. In het koor hield ik het eveneens voor bekeken. Ik wilde niet wachten tot iemand me vertelde dat ik te luid, te stil of vals zong.

Onbewust begon ik één voor één afscheid te nemen van activiteiten die ik graag deed.

Ook ‘s avonds lieten jullie steeds nadrukkelijker van je horen. Zodra de hoorapparaten uitgingen, begon het concert in mijn hoofd: pieptonen, bromgeluiden, motorachtige klanken die kwamen en gingen.

Tinnitus werd een vaste huisgenoot.

Familiefeesten kostten steeds meer energie. Geluid kon pijn doen. Luisteren maakte moe. Muziek, ooit een bron van plezier, veranderde in een wirwar van vervormde tonen.

Zo gleed ik weg in een stiller bestaan.

En toen kwam corona.

Deel 2 – De stilte die geen rust bracht

Tot aan corona slaagde ik er nog redelijk goed in om mijn gehoorverlies naar de achtergrond te duwen. Natuurlijk moest ik hobby’s opgeven en kostten sociale activiteiten steeds meer energie, maar ik kon nog functioneren. Ik ging verder, zoals ik altijd had gedaan.

Tot de mondmaskers kwamen.

Toen ontdekte ik iets waar ik me nooit bewust van was geweest: ik had mezelf spraakafzien geleerd. Zonder het te beseffen vulde ik ontbrekende woorden aan door gezichtsuitdrukkingen, mondbewegingen en context. Toen dat plots wegviel, bleef er veel minder over dan ik dacht.

Na de eerste lockdown moest ik opnieuw voor de klas staan. Slechts zeven leerlingen, verspreid over het lokaal. Mijn collega’s hadden echt rekening gehouden met mijn situatie. Lesgeven lukte nog wel, maar de interactie niet meer.

De kinderen achteraan verstond ik nauwelijks. Zoals zo vaak zocht ik een praktische oplossing. Ik gaf de leerlingen schrijfplankjes zodat ze hun antwoorden konden noteren. Iedereen dacht na en ik kon meelezen. Een goede oplossing op papier. Maar vanbinnen deed het pijn. Voor het eerst voelde ik echt wat ik verloren was.

Ook tijdens vergaderingen werd het steeds moeilijker. Ik was aanwezig, maar eigenlijk niet meer echt betrokken. Vaak besloot ik dat ik het verslag later wel zou lezen. Wanneer ik toch een vraag stelde, bleek die meestal al beantwoord te zijn. Ideeën die ik opperde, waren vaak al eerder geformuleerd door iemand anders.

Op den duur hield ik me stil. Niet omdat ik niets te zeggen had, maar omdat luisteren al mijn energie opslorpte.

In grotere groepen gebeurde hetzelfde. Ik werd steeds beter in doen alsof ik luisterde. Zo goed zelfs dat mijn man soms vergat hoeveel ik eigenlijk miste van een gesprek.

Het einde van het schooljaar en de start van september 2020 brachten opnieuw een harde confrontatie. Oudercontacten vonden buiten plaats, met mondmaskers. Vergaderingen eveneens. Net in die gesprekken had ik als zorgcoördinator een belangrijke rol als moderator. Maar ik kon niet meer volgen. Steeds vaker moest ik collega’s vragen om mijn taak over te nemen. En telkens kwam dezelfde vraag terug: Wat doe ik hier nog?

Ook tijdens vakanties werd het verschil steeds duidelijker. Gesprekken op anderhalve meter afstand waren voor mij vrijwel onmogelijk geworden. Zonder mijn man als tolk kon ik nog maar met weinig mensen communiceren.

Hij deed ontzettend zijn best om me overal bij te betrekken. Toch voelde ik me vooral afhankelijk. Dat gevoel werd steeds zwaarder.

Samen met mijn huisarts besloot ik uiteindelijk om thuis te blijven. Vanaf september 2020 kon ik niet langer doen alsof alles nog werkte.

Ik had verloren. Althans, zo voelde het toen.

Alles wat mij jarenlang had gekenmerkt, leek langzaam weg te vallen: mijn zelfvertrouwen, mijn spontaniteit, mijn sociale leven.

Zelfs thuis werd het moeilijk. Aan tafel hoorde ik mijn kinderen praten, lachen en plezier maken. Ik zag hun gezichten oplichten, maar wist vaak niet waarover het ging. Ik hoorde geluiden, maar miste de betekenis.

Wanneer ik iemand tegenkwam op straat, liet ik het gesprek soms gewoon passeren. Niet omdat ik niet geïnteresseerd was, maar omdat ik de energie niet meer had om telkens opnieuw om herhaling te vragen.

Het woordje “wablief?” begon ik te haten.

Het enige wat ik nog echt kon volgen, was televisie kijken. Het geluid kwam rechtstreeks binnen en er waren ondertitels. Dat lukte nog.

Thuis probeerde ik mezelf bezig te houden. We kochten opnieuw een naaimachine en ik stortte me vol enthousiasme op een nieuw project. Jurken, truien,… voor mezelf, voor mijn kinderen en voor mijn man. Ik maakte veel.

Maar ik voelde me leeg. Want hoe graag ik het ook deed, het bleef een eenzame bezigheid.

Dat was misschien nog het moeilijkste om uit te leggen: ik had rust nodig omdat geluid me uitputte, maar tegelijk maakte de stilte me ongelukkig.

Ik kon niet tegen de drukte. Maar ook niet tegen de leegte.

Ondertussen begonnen de artsen over een cochleair implantaat te spreken. Officieel kwam ik nog niet in aanmerking, maar ik wilde niet wachten tot het nog slechter ging.

Dus zette ik die stap.

Eindelijk konden jullie, lieve oortjes, aan de rechterkant buitenspel gezet worden.

Voor het eerst in lange tijd voelde ik opnieuw hoop.

De revalidatie verliep uitzonderlijk goed. Logopedisten, audiologen en artsen stonden versteld van de vooruitgang die ik maakte.

Toch voelde ik weinig vreugde. Ik was niet verdrietig, maar ook niet gelukkig. Ik leefde van dag tot dag. Ik stond op, deed wat moest gebeuren en ging weer slapen. Langzaam trok ik me nog steeds verder terug in mezelf.

Gelukkig bleven mijn beste vriendinnen af en toe aankloppen. Zij kwamen langs wanneer ik zelf de energie niet meer vond om contact te zoeken.

Voor de buitenwereld was ik aanwezig. Vanbinnen was ik mezelf kwijtgeraakt.

Toen ik dat uiteindelijk onder ogen zag, besloot ik hulp te zoeken. Dat bleek een keerpunt.

Niet omdat alle problemen plots verdwenen, maar omdat ik opnieuw begon te geloven dat er een toekomst was. Dat ik meer was dan mijn gehoorverlies.

Langzaam vond ik mezelf terug. Stap voor stap. Met vallen en opstaan. Maar ik kwam vooruit. Deze brief schrijven was trouwens ook een deel van het proces.

Ik besloot deeltijds te gaan werken. Opnieuw een vorm van acceptatie. Ook mijn functie veranderde, maar ik begon steeds meer de voordelen daarvan te zien. Mijn collega’s hielden rekening met mijn beperkingen en daardoor kreeg ik opnieuw ruimte om te genieten van wat wél nog kon.

Het werd tijd om mijn leven niet langer door mijn gehoor te laten bepalen.

Ik moest opnieuw zelf aan het stuur gaan zitten.

Dat was het begin van mijn nieuwe evenwicht.

Deel 3 – Vijf jaar later

We zijn inmiddels vijf jaar verder.

Wanneer ik vandaag terug lees wat ik in 2021 schreef, voel ik nog steeds de pijn van toen. Maar tegelijk zie ik hoeveel er sindsdien veranderd is.

Ik functioneer opnieuw goed in mijn job. Ik zit goed in mijn vel. Heb terug interactie met de omgeving. Mijn sociale leven is anders, maar het is goed.

Eigenlijk ging het vanaf het moment dat ik opnieuw begon te werken alleen maar beter. Achteraf bekeken was ik er simpelweg nog niet klaar voor om thuis te zitten. Werk gaf me opnieuw structuur, betekenis en sociale contacten.

De zoektocht naar mijn nieuwe ik is nooit helemaal afgerond, maar ik heb wel geleerd ermee te leven.

Ik werk nog steeds als zorgleerkracht in dezelfde school, in een omgeving met heel veel begrip. Dankzij ondersteuning van de VDAB kreeg ik de nodige hulpmiddelen en begeleiding. Er werd ook gekeken naar de mogelijkheden van werken met een handicap, waardoor zowel ik als mijn werkgever extra ondersteuning kregen.

Mijn eerste cochleaire implantaat heb ik destijds zelf betaald. Mijn gehoor was volgens de regels nog niet slecht genoeg voor terugbetaling.

Vandaag blijf ik erbij dat dat moeilijk te begrijpen is. Want zonder dat implantaat was ik waarschijnlijk langdurig thuis gebleven en mogelijk zelfs arbeidsongeschikt verklaard. De maatschappelijke kosten daarvan liggen ongetwijfeld veel hoger dan de kosten van een tijdige behandeling.

Sinds januari 2026 draag ik twee cochleaire implantaten, dit tweede wel terugbetaald.

De aanpassing verliep ongelooflijk snel. Waar het eerste implantaat nog een hele leerperiode vergde, begreep mijn brein deze keer meteen wat er gebeurde. Het typische robotachtige geluid verdween al na enkele weken.

Na twee maanden was de revalidatie grotendeels afgerond. Het verschil is enorm.

Een cochleair implantaat blijft een hulpmiddel. Het vervangt geen natuurlijk gehoor. Maar het brengt me verrassend dicht in de buurt. Ik kan vogels horen, maar ook horen vanuit welke boom ze hun concert geven… Ik kan genieten van een gezellig terrasje met anderen. Het lukt zelfs opnieuw om een optreden bij te wonen. En kan ik zelfs in een druk café gezellig babbelen. Dat leek enkele jaren geleden onmogelijk.

Het blijft voor mij een indrukwekkende uitvinding. Eentje die me een groot deel van mijn leven heeft teruggegeven. Daar ben ik ontzettend dankbaar voor.

Mijn oude hobby’s heb ik niet opnieuw opgenomen. Muziek speelde daarin een te grote rol. In plaats daarvan vonden mijn man en ik samen nieuwe manieren om onze vrije tijd in te vullen.

We genieten van uitstappen, reizen met onze boot, kleine avonturen en vooral van het gewone dagelijkse leven.

Ook rust blijft belangrijk. Die rust kan ik nu omarmen. Het is een noodzakelijke voorwaarde om volop te kunnen deelnemen aan alles wat ik graag doe.

Het blijft soms zoeken naar balans tussen activiteit en herstel, tussen drukte en stilte.

Maar die balans bestaat. En dat is misschien wel de belangrijkste les die deze hele reis me heeft geleerd.

Mijn verhaal begon als een afscheid.

Een afscheid van het gehoor waarop ik jarenlang had kunnen vertrouwen.

Maar uiteindelijk werd het geen verhaal van verlies.

Het werd een verhaal van aanpassing.

Van veerkracht.

Van mensen die me bleven ondersteunen.

Van technologie die mogelijkheden creëerde.

En vooral van dankbaarheid.

Dankbaarheid voor alles wat nog kan.

Want hoewel mijn leven er vandaag anders uitziet dan vroeger, voelt het opnieuw als mijn leven.

En dat is meer dan genoeg.

anja vertongen

Mogelijk ook interessant

Auteur: Arthur Robbesom  Laat ik beginnen met te melden dat ik op geen enkele wijze belang heb bij het hulpmiddel...

Je kan het bericht ook online lezen op de site van Het Belang Van Limburg.

...

In de nieuwsbrief van december 2025 stond de mogelijkheid om deel te nemen aan een Wetenschappelijk Onderzoek van de Balance...